Tijdschrift Historische Kring Breukelen, jaargang 7 nr. 2, 1992 H.J. van Es
De geschiedenis van "Sterreschans"
In 1831 huurde Barend Karsemeijer de hofstede, waarop hij en zijn nazaten daarna onafgebroken hebben geboerd.
Rechts in de voorgevel bevindt zich een steen met de inscriptie: "De eerste steen gelegd / door / B. Kersemeijer / oud 12 jaar 1873". In dat jaar is de boerderij dus verbouwd of opnieuw opgetrokken. Die voorgevel is er omstreeks 1917 met een windhoos uitgewaaid, maar weer met dezelfde stenen hersteld.
De oudste nog aanwezige koopakte is uit 1791, maar er moet op de plaats van "Sterreschans" al veel vroeger een boerenhofstede hebben gestaan. Bij het graven in een bosje achter de boerderij is namelijk in 1962 een ongeveer 40 cm hoge blauwgrijze schenkpot gevonden. (zie foto rechts) Hij lag daar vrijwel onbeschadigd in een dikke veenlaag, maar bevatte geen oude munten. Het Instituut voor Pre- en Protohistorie van de Universiteit van Amsterdam heeft in 1963 de kan onderzocht en dateerde hem op de tweede helft van de 14e eeuw.
Toen bij een interne verbouwing in 1974 de vloer van "Sterreschans" vernieuwd werd, vond men daaronder midden in het voorhuis een ronde gemetselde waterput die met zand volgestort was. (zie foto links) Ook het daarin aangetroffen beschadigde roodstenen potje getuigt van een aanzienlijke ouderdom.
In het eigendomsbewijs uit 1791 komt geen boerderijnaam voor; in de latere evenmin. De boerderij wordt in de akte omschreven als: hofstede met huis, berg en schuur met aanhorige landerijen groot 35 morgen 500 roeden, gelegen onder den gerechte van Loenerslooth in de polder van Oucoop strekkende "uyt den Anxter of Amsterdamse Vaart en van de Oucoper Watermolen tot aan de veenscheidinge toe". Er behoorde ook nog 6 morgen weiland bij, dat in twee percelen ten noorden van de boerderij lag. Samen dus 41 morgen 500 roeden. Deze landerijen waren behalve met twee oude belastingen (het oudeschildgeld en het molengeld) speciaal belast met "een uitgang van ééne gulden jaarlijks aan de Kerk, of wel aan den Armen der kerk te Loenen". De zeven erfgenamen van Teunis Weertzoon Zwanink verkochten op 14 februari 1827 voor notaris F.H. van den Helm te Maarsseveen de boerenhofstede voor f. 12.000,00 aan den Heer Adriaan Paets van Troostwijk, grondeigenaar, woonachtig op de Hofstede "Sterreschans" in de gemeente Loenen. In de koopvoorwaarden stond, dat de mondelinge huur die Cornelis Vendrig "aan dit gekochte heeft, tegen Negen Honderd guldens in het Jaar, zal moeten uithouden tot Korsmis achttienhonderd zeven en Twintig ten aanzien der Landerijen en tot primo Meij achttienhonderd achtentwintig ten aanzien van het Erf en de gebouwen".
De huur ging in 1831 over op Barend Karsemeijer uit Oud-Loosdrecht. Hij was in 1799 te Maarsseveen geboren, maar zijn ouders zullen in Breukelen hebben gewoond.
De Amsterdamse lakenkoopman Adriaan Paets van Troostwijk overleed in 1837. De buitenplaats "Sterreschans" werd daarna eigendom van H.J. Doude van Troostwijk, de boerderij ging bij de akte van scheiding der nalatenschap op 20 december 1837 naar "Vrouwe Johanna Julie Mellier, echtgenoot van de Heer Jacques Pierre Paul Acquet de Férolles, grondeigenaar wonende te Abbeville in Frankrijk". Zij liet de boerderij op 29 november 1856 veilen in het "locaal van verkoopingen te Utrecht achter Sint Pieter". Barend Karsemeijer, die toen al 25 jaar pachter was en een huur van f. 1075,00 per jaar betaalde, kocht daar de boerderij voor f. 23.500,00.
Na diens dood in 1870 moest het bezit verdeeld worden. Dat leidde tot een openbare verkoping, die plaats had op 1 maart 1871 in het logement "Het State Wapen" te Breukelen-Nijenrode. Daar kocht Klaas de oude boerderij "Sterreschans". Klaas restaureerde "Sterreschans" in 1873 en liet zijn oudste zoon Barend (uit zijn eerste huwelijk met Wijntje Boogaard) een gedenksteen leggen. In 1904 verhuurde Klaas zijn boerderij aan zijn zoon Nicolaas. Bij de boedelscheiding op 8 augustus 1917 werd Sterreschans, waarbij toen ruim 27 ha land behoorde, toebedeeld aan deze Nicolaas. Hij betaalde er aan zijn mede-erfgenamen f. 57.000,00 voor. In 1938 moest hij, evenals zoveel andere boeren, zijn bezit verkopen. Hij bleef echter als pachter op "Sterreschans" zijn bedrijf uitoefenen. Omstreeks 1940 werd de pacht verminderd, omdat bijna 2 1/2 ha land aan de Staat was verkocht voor de aan te leggen Rijksweg 2. Nicolaas werd opgevolgd door zijn zoon Jan. Die werd weer eigenaar van "Sterreschans" en breidde het uit tot een modern agrarisch bedrijf. Op de boerderij woont nu zijn zoon Nico, en daarmee is dan de vijfde Karsemeijer en derde Nicolaas boer op "Sterreschans".
|
|